Annie Spratt tuin in de winter

Beschermen, voeden & met rust laten

Winter, de tuin in rust

annie-spratt-xzU0THl_5MY-unsplash

De winter kruipt langzaam dichterbij. de eerste (natte) sneeuw zal binnenkort vallen. Buiten hangt er al kerstverlichting aan de huizen en in de bomen, een magisch gezicht tijdens de steeds korter wordende dagen.We blijven meer binnen en maken het thuis gezellig. In de tuin is het maar kaal, koud en saai. Of toch niet? Echte tuinliefhebbers weten wel beter. Die genieten dan ook volop van hun stukje groen. Veel bomen en heesters verliezen weliswaar hun bladeren en gaan in ruststand, maar er zijn genoeg planten die hun blad en kleur vasthouden. Ook is er nog genoeg te doen voor diegene die hun tuin graag de beste start geven komend voorjaar: 

 

Wintersnoei:

Bomen zijn in winterslaap waardoor de sapstroom sterk afneemt en je de boom kan snoeien zonder dat deze gaat bloeden. Maar snoei niet als er in de daaropvolgende dagen vorst voorspeld wordt, zodat je de boom de tijd geeft om te herstellen.

Fruitbomen:

Voor appels en peren is de winterperiode de belangrijkste periode om te snoeien. Steenfruit zoals kersen, pruimen, en perziken moet je juist niet in de winter snoeien (dit vanwege de gevoeligheid voor ziekten zoals de loodglansschimmel waardoor de boom kan afsterven). Belangrijk bij de snoei is dat je het doel goed voor ogen houdt. Het is een misverstand dat appels en peren meer gaan dragen door de snoei.  Het is eerder dat ze minder vruchten geven maar dan wel van een betere kwaliteit. © Wouter van Teeffelen, Fruitadvies.png

In de eerste jaren zijn fruitbomen veelal vitaal en groeien ze goed. Het accent ligt dan op de vormsnoei, zeker bij hoogstambomen en leifruit, voor het vormen van een mooie boom. Bij hoogstambomen moet je vooral een sterke krans van doorgaande (gestel)takken krijgen die de basisstructuur van de verdere levensduur van de boom vormen. Jonge bomen passen vaak nog goed in hun toebedachte ruimte dus je hoeft minder hard te snoeien om ze voldoende klein te houden. Bij laagstamboompjes, zoals bij fruittelers, speelt opkweek minder en wil je vooral snel veel fruit plukken.

De kunst van het fruit telen is een goed evenwicht tussen groei, bloei en vruchtbaarheid. Vooral bij oudere bomen zie je dat weinig snoeien een overvolle boom met veelal zwakkergroeiend vruchthout geeft. Veel hout in de boom en daarmee veel vruchten in de (half)schaduw geeft geen kwaliteitsfruit. Voor een mooie blos en goede smaak moeten vruchten in de zon hangen. Het risico van nauwelijks snoeien is dat je het ene jaar heel veel en heel kleine vruchten plukt en een jaar later veel te weinig fruit hebt. Vooral als de boom rustig groeit en rijk gaat bloeien is dat een kwestie van volop hout tussenuit snoeien en takken met ruim voldoende bloemknoppen uitdunnen en terugknippen. Je bent dan met de snoei al eigenlijk bezig met de vruchtdunning om zo te veel vruchten aan de boom te voorkomen. Scheuten of jonge takken die wat steil staat en harder groeien, haal je sneller weg dan meer horizontaal vruchtbaarder vruchthout.

Lastiger wordt een sterk groeiende boom met veel jonge lange scheuten in de boom. Snoei levert dan meer ongewenste nieuwe sterke groei dan niet snoeien (maar dat is vanwege te dichte bomen of te weinig ruimte niet altijd mogelijk). Je kunt er dan beter hele takken tussen uitzagen dan takken fel doorknippen of doorzagen. Veel doorknippen van sterke takken levert namelijk later een veel te sterke groeireactie met heel veel scheuten op. Soms kan wortelsnoei (ofwel een deel van de wortels terug snoeien) helpen om te voorkomen dat de boom veel te hard blijft groeien. Belangrijk om deze problemen (deels) te voorkomen, is vooraf de juiste onderstam te kiezen. Voor een hoogstamboom is dat een sterke onderstam; voor een kleine boom op een volkstuin is dat echt een zwakke onderstam.

Lijkt het u leuk om meer te leren over de snoei van fruitbomen?  Mijneigenfruitboom.nl biedt workshops hierover aan. 

 

Bloembollen planten

Tot in december kan je nog bloembollen planten, deze bloemen zullen in het vroege voorjaar als eerste kleur geven aan je tuin, nog voordat er bladeren aan de bomen zijn gekomen. Wacht hier echter niet te lang mee want het moet vóór de eerst vorst gebeuren.

Begin met de eerste voorjaarsbloeiers, zoals blauwe druifjes, krokussen, mini-irisjes (Iris reticulata) en sneeuwklokjes. Stop deze bollen zo snel mogelijk na aanschaf in de (pot)grond, anders drogen ze uit. Gebruik wel biologische bloembollen! Voor de teelt van gangbare bloembollen worden nogal wat 'gewasbeschermingsmiddelen' gebruikt, een net woord voor insecticiden en fungiciden. Deze doden de insecten en schimmels en geven gif af aan de grond. Dit is erg slecht voor de biodiversiteit, niet doen dus! 

Bollen hebben vocht nodig, dus als de grond nog erg droog is moet je eerst flink sproeien voordat je de bollen plant. Houd voor het planten drie keer de hoogte van de bol aan. Een narcis van 5 centimeter moet dus 15 centimeter diep worden geplant.

Markeer de plek waar je bloembollen hebt geplant met bijvoorbeeld een houten stokje, dan vergeet je niet waar je ze hebt geplant. 

De knollen van de Dahlia's haal je juist nu uit de grond, om ze te beschermen tegen de vrieskou! Leg ze in een kratje of mand op wat kranten en bewaar ze op een donkere, koele plek. 

Fermenteren.jpgFermenteren van wintergroente

In de winterperiode zijn er veel stevige groentesoorten, voornamelijk kool- en wortelgewassen. Ze hebben een taaiere textuur, zeker in deze tijd van het jaar, maar lenen zich net daardoor prima tot lange en trage fermentatie. De winter is hét moment voor de droge methode en voor grote, lange fermentaties. Maak je eigen combinaties met verschillende kool- en wortelgewassen voor veel kleur en smaak en geniet er het hele jaar van.

Het enige wat je nodig hebt is groente, water, zout en een glazen pot om het in te bewaren. Verder kan je naar smaak kruiden toevoegen zoals gember, chili, anijs, knoflook, jeneverber en nog veel meer!

Enthousiast geworden? Velt heeft een interessant boek genaamd 'Groente fermenteren - van seizoen tot seizoen' die glashelder uitlegt hoe je fermenteert en in wat voor gerechten je dit kan gebruiken. Ook bieden ze op hun website een handige Fermentatiewijzer aan. 

 

Bescherm vorstgevoelige planten

Als het kouder wordt, moeten we kwetsbare planten tegen de vorst beschermen. Dit zijn voornamelijk (sub-)tropische en mediterrane soorten. Denk hierbij aan palmen, olijfbomen, de vingerplant, bananenbomen en de Camellia. Doe dit wanneer het niet alleen ’s nachts, maar ook overdag vriest. Vriest het ’s nachts flink en schijnt overdag de zon, dan kunnen de bladeren uitdrogen en zelfs verbranden.

Het best is om de pot en eventueel de stam met noppenfolie en de bladeren met een open vliesdoek te omwikkelen. Zorg er wel voor dat het vliesdoek ondersteund wordt door dunne (bamboe-)stokken die je vanuit de pot omhoog steekt. Je kan planten ook inpakken met stro en rietmatten Kleinere vorstgevoelige planten kunt u bedekken met een laagje grove compost of stro om ze te beschermen.

Tropische planten moeten in veel gevallen zelfs binnen gezet worden in een vorstvrije, geventileerde kas. Als het dan weer warmer wordt kan je de plant weer buiten zetten maar niet in de volle zon, liever eerst in de halfschaduw. 

Bladeren ruimen:

kostiantyn-li-o464aogCsDk-unsplash.jpg

Aan het begin van de winter zal er nog wat blad naar beneden komen dwarrelen, wat vervolgens op het terras, gazon of looppad terrecht komt. Wanneer je deze bladeren in de tuin legt zal dit werken als mulch; organisch materiaal wat je planten voedt. Op deze manier bescherm je de bodem tegen de aankomende vorst, geef je de bodem voeding en biedt het beschutting voor kleine dieren en insecten.

Afgevallen blad laat je het beste ter plaatse onder de bomen en struiken liggen. Daar vormt het tijdens de winter een beschermende isolatielaag voor de wortels en allerlei beestjes, en terwijl het blad traag afbreekt komen voedingsstoffen meteen terug in omloop.

Door takken, uitgebloeide bloemen en bladeren niet te verwijderen koester je ook de insecten in je tuin, zij houden je tuin gezond en spelen een onmisbare rol in het ecosysteem van je tuin.

Zorgen voor de dieren in je tuin:

Dieren in je tuin zijn niet alleen fijn om te bewonderen, het is ook nog eens goed voor de plantjes en de biodiversiteit in je tuin! Zo zijn vogels en egels de natuurlijke vijanden van veel plaagdieren zoals slakken, bladluizen en mieren. Als je deze dieren uitnodigt in je tuin, ook in de winter, zal je daar het hele jaar plezier van hebben! 

clever-visuals-ousy2UrfEtk-unsplash.jpg

Vogels:

In de winter wordt het voor vogels steeds minder behaaglijk om buiten te slapen. De nacht is gevaarlijk guur voor vogels, zeker als het hart waait of vriest. We kunnen de vogels een beetje helpen door een nestkastje op te hangen waar de vogels beschutting kunnen vinden.
Op de de website van de Vogelbescherming vind je handige tips en informatie over het juist ophangen van een nestkastje. Heb je al een nestkastje? Geweldig! Dan is de herfst hét beste moment om deze schoon te maken.

Voor vogels is het in de winter moeilijker om aan eten te komen, er is minder voedsel te vinden of dit ligt verstopt onder een laag sneeuw. Gelukkig kan je de vogels helpen door vogelvoer in de tuin te hangen (je kan dit ook zelf maken, een leuk klusje samen met kinderen). 

Egels: alexas_fotos-eHMLxD3W_m4-unsplash.jpg

Helaas gaat het slecht met de egels in Nederland. De afgelopen tien jaar is de helft van alle egels verdwenen. Ze hebben steeds minder plek om te wonen en te leven. Als het zo doorgaat, zijn er straks helemaal geen egels meer. Het help om je tuin egelvriendelijk in te richten, want onze tuinen zijn een belangrijk leefgebied voor de egels. Daarnaast is een egel voor je tuin ook onzettend nuttig! Ze eten slakken en ander ongedierte. 

De winter is een goed moment om een egelhuisje in je tuin te plaatsen, zodat de egel behaagelijk de winter door komt. Deze vul je met droge doge bladeren. Kijk voor een bouwtekening op de website van de Egelbescherming. Heb je geen egelhuis? Dan kan een rommelhoekje van oude takken en bladeren ook een goed plekje zijn voor een egel. 

Je kan in de winter ook voedsel voor de egel achterlaten in je tuin, dit kan special egelvoer zijn maar kattenvoer vinden ze ook lekker. Geef de egels geen melk!

Vlinders:

Vlinders zijn aan het overwinteren en zoeken beschutte plekjes op. Vaak verschuilen ze zich in rommelzolders en schuurtjes. Rupsen verstoppen zich ergens in het gras, tussen beplanting of onder afgevallen blad. Laat uitgebloeide planten dus vooral met rust en maai niet in de winter. 

Toverhazelaar witch-hazel-congerdesign-gb8989a5f2_1920.jpgWinterbloeiende planten:

Wanneer je ervoor zorgt dat je ook in de winter bloeiende planten in je tuin hebt, zorgt dit niet alleen voor een fraai beeld maar zorg je ervoor dat vogels en andere insecten aan voedsel kunnen komen. Wij hebben in de winter editie van De Tuinliefhebber aandacht besteed aan diverse soorten winterbloeiers. Lees hier het hele artikel! 

Buitenkraan afsluiten:

Bij vorst kan de leiding bevriezen en de leiding springen. Kranen in de muur hebben een grotere kans op bevriezingen dan kranen binnen het huis. Wacht niet tot de eerste nachtvorst, een buitenkraan kan snel bevriezen.  Hoe doe je dat? Draai de afsluitkraan tussen de buitenkraan en de hoofdkraan dicht. Meestal zit deze in een kruipluik, aanrechtkastje of kelder. Draai de buitenkraan open, je zult merken dat dat er geen druk meer op staat en dat de leiding langzaam leeg loopt. Draai het aftapkraantje open om de leiding helemaal leeg te krijgen, deze zit na de afsluitkraan. Zet hier een emmertje onder, om het lekkende water op te vangen.