zaaien

Zaaien

het geven van een goede start

markus-spiske-4PG6wLlVag4-unsplash (1)

Je hebt een plan gemaakt wat je wil gaan oogsten op je moestuin, en je staat aan het prille begin van een magische reis; het laten groeien van een plant uit een nu nog piepklein zaadje. 

Voorzaaien of direct buiten zaaien?

Lees altijd eerst goed het voorschrift voor de groente die je gaat zaaien. Sommige groenten kun je het beste eerst voorzaaien. Vooral bij groenten die pas na half mei naar buiten mogen is dat slim. Hier kan je kweekpotjes voor gebruiken. Zet deze beter niet in de vensterbank. Hier is het vaak té warm en hiervan gaan je plantjes scheef naar het licht toe groeien. Geef de zaadjes voldoende ruimte, zodat je ze later goed uit elkaar kunt halen en in de tuin kan uitplanten. 

Lees altijd eerst goed het voorschrift voor de groente die je gaat zaaien. Sommige groente kan je het beste voorzaaien, anderen soorten kan je juist beter direct in de volle grond zaaien. Als je de plantjes voorzaait doe je dat allereerst in kleine zaaipotjes, maar als de plant groter wordt kan je ze verpotten om ze meer ruimte te geven. Na een paar weken of maanden, als het plantje sterk genoeg is en het buiten voldoende warm geworden is kan je het kleine plantje buiten uitplanten. Hou daarbij de plantafstand goed in de gaten, want sommige planten hebben veel ruimte nodig.

Veel groenten kun je direct in de volle grond zaaien. Zoals radijsjes, wortels en andere wortel- en knolgroenten kan je beter niet voorzaaien omdat je dan de knol kunt beschadigen en die wil je juist eten. Rucola, pluksla, raapsteel, spinazie, winterpostelein, veldsla en de meeste andere bladgroenten zaai je ook direct in volle grond. Hou daarbij rekening met de grootte van de plant. Een courgetteplant kan bijvoorbeeld wel een meter breed worden. 

Om het groeiproces een handje te helpen kan je wat zaaigrond in de geultjes strooien, dan gaat het kiemen een stuk makkelijker. Het kan ook helpen om de zaden vooraf een paar uur in water voor te weken. 

Geef jonge plantjes voldoende water. Zeker wanneer ze zijn voorgezaaid in kleine potjes, deze drogen snel uit. 

Verpotten

Na het ontkiemen kunnen de kleine plantjes, die al drie tot vijf blaadjes hebben, verpot worden naar een grotere pot. hier hebben ze meer ruimte om te groeien. Zorg ervoor dat het potje en de aarde goed nat is. Zo laten de wortels gemakkelijk los zonder te beschadigen. Breng het plantje naar zijn nieuwe plek. Zorg ervoor dat deze voldoende ruimte heeft. Afhankelijk van de plant is dat alleen of samen met anderen in één pot. Plant 'm tot vlak onder de kiemblaadjes in de grond. Let er daarbij op dat de wortels mooi recht naar beneden wijzen. 

Uitdunnen

Soms staan er teveel plantjes bij elkaar dan qua plantafstand wenselijk is. Wat je dan kan doen is de plantjes uitdunnen. Eerst kijk je welke plantjes er het sterkst utizien. Vervolgens knip je de zwakke plantjes vlak boven de grond af. Zo hebben de sterke planten meer ruimte. Wanneer je de planten uit de grond trekt loop je het gevaar dat je de wortels van de sterke planten beschadigd. 

Uitplanten

Is het warm genoeg buiten en is je plantje redelijk sterk? Dan kun je hem buiten in de volle grond, of in grote potten, uitplanten. Bij sommige soorten kan je beter wachten tot na 15 mei. Dan is er meestal geen nachtvorst meer.

Gebruik je potten? Let er dan ook dat deze beschikken over gaten in de bodem. Zo kan het overtollige water weglopen. Houden je planten niet van natte voeten? Dan zijn terracotta potten een goede keuze, want door de poreuze wand verdampt het water waardoor er sneller lucht bij de wortels komt. Heeft je plant juist veel water nodig, dan is een plastic pot waarschijnlijk een betere keuze. 

Laat de plantjes die binnen hebben gestaan eerst even 'wennen' aan het verschil in temperatuur door ze overdag buiten op een beschutte plek te zetten. Onder een afdakje is een goede plek. 's Nachts haal je ze weer naar binnen. Dit proces heet 'afharden' en zal je 3 tot 5 dagen moeten herhalen. 

Mulchen

Rondom de net uitplante plantjes kan je stro, huitsnippers of gras neerleggen. Dit zorgt ervoor dat er geen tot weinig onkruid opkomt. De voegingsstoffen in de grond gaan dan gerichter naar de plantjes toe en de bodem droogt minder uit. Het verbetert de bodemstructuur, waardoor die luchtiger wordt. Op deze manier help je de plantjes én de beestjes.

Meer uit je oogst
Je planten laten groeien
Om mee te beginnen:
Tien makkelijke gewassen
Deel je tuin efficiƫnt in
Maak een teeltplan!
Zelf compost maken
Hoe doe je dat?