Verberg Dit veld is verplicht in te voeren!

Dit veld is verplicht in te voeren!

Verberg Dit veld is verplicht in te voeren!

Wachtwoord vergeten? Vul hier uw e-mailadres in. Je ontvangt een link om een nieuw wachtwoord te creëren.

Error message here!

Terug naar het inlogscherm

Afsluiten
Top

Pieperstek - Lente

Lente

De dagen worden langer, het zonnetje gaat wat warmer schijnen. Dat betekent lente: de tijd van nieuw leven. De planten gaan weer groeien en bloeien, om te beginnen met de sneeuwklokjes, winterakonieten en krokussen. Dat zijn de allereerste bloemen van het nieuwe jaar. Ook de knoppen van de bomen zwellen, en dan in een paar weken tijd zijn al die kale takken weer bedekt met mooie frisgroene blaadjes.
De vogels zingen je ’s morgens al vroeg je bed uit en zijn druk bezig met het bouwen van hun nestjes. Nog even en dan liggen er al weer eitjes in. En in de vijvers beginnen de kikkers weer te kwaken. Binnenkort is er kikkerdril! Bijen en hommels zie je ook al weer in de tuin.
In de (moes) tuin wordt het tijd om een nieuwe start te maken. Dat betekent de grond onkruidvrij maken, en groenten- en bloemenzaadjes in de grond stoppen. Maar wat zijn zaadjes eigenlijk?

 

Welke grondsoort heeft je tuin?

Het is handig om te weten wat voor grondsoort je op je tuintje hebt. Kleigrond is plakkerig, wordt niet gauw droog en bevat veel voedsel voor je plantjes. In zand zit veel minder voedsel dan in klei. Zandgrond wordt gauw droog, dat kun je verhelpen door (zelfgemaakte) compost toe te voegen. Veengrond bestaat uit dode plantjes. De grond is erg nat en een beetje zuur. Een mengsel van alledrie de grondsoorten is ideaal voor je plantjes.
Wat voor grond?


Nodig: Jampot met deksel, bodempje grond er in en vullen met water. Deksel erop, even schudden en neerzetten. Daarna af en toe kijken. Kleigrond is heel fijn. De deeltjes blijven lang in het water zweven, en maken het water troebel. Zandgrond is veel grover. De grond zakt snel naar de bodem. Veengrond ziet er bruinig uit en blijft grotendeels drijven. Waar lijkt jouw pot het meest op? Lijkt het overal een beetje op, dan heb je een mengsel van grondsoorten.

 

Wanneer moet je zaaien?

Zaaien is een bijzonder moment. Het piepkleine plantje dat in het zaadje verstopt zit moet gaan groeien. Sommige mensen hebben het snel koud, andere niet. Zo is het ook met zaadjes. Het ene zaadje, bijvoorbeeld een tuinboon, wil in maart gezaaid worden, de meeste zomerbloemen in mei. Er zijn zelfs zaadjes die je in de herfst moet zaaien, die hebben de winterkou nodig voor ze gaan groeien. Gelukkig staat op elk pakje zaad de goede zaaitijd: slim, hè?
Hoe je zaait hangt van de grootte van het zaadje af. Voor grote zaden zoals bonen of maïs kun je een kuiltje graven. Voor kleine zaadjes maak je een mooi geultje. Dat maak je door met je vinger langs je hark een streep in de grond te trekken. Daarna doe je wat zaadjes in je ene hand en zaait, alsof je zout strooit, met je andere hand gelijkmatig in het geultje. Heel fijne zaadjes kun je mengen met een beetje zand. Dat verspreidt gemakkelijker.Na het zaaien maak je het geultje voorzichtig dicht.
Denk om een naambordje.

 

Zaaitip: De meest geschikte groenten

Suikermaïs

Suikermaïs houdt van warmte. Zaai daarom niet voor half mei en kies een beschutte plek. Kijk uit naar een groen kokertje, zo komt de maïs boven de grond. De maïs groeit door tot september. Als de draadjes aan de maïskolf bruin worden kun je maïskorrels eten.
Worteltjes

Uit je eigen tuin zijn ze het lekkerst. Plant naast een rijtje worteltjes een rijtje plantuien. Die houden de wortelvlieg weg, die probeert eitjes in je worteltjes te leggen.

 

Bonen

In een echte moestuin hoort een hoge ’wigwam’ van stokken waar bonen aan groeien. Zet 4 stokken stevig in de grond en maak ze van boven aan elkaar vast (vraag eventueel hulp). Zaai bij elke stok 4 bonen. Let goed op het zakje: stokbonen klimmen, stambonen niet.

 

Sla

Sla kun je gemakkelijk zaaien, maar je kunt op de markt ook plantjes kopen. Er zijn allerlei soorten sla. Maak maar eens een verzameling van ijsbergsla, kropsla, lollo rosso en eikenbladsla. Een plaatje!


Radijsjes

Radijsjes zijn ook leuk om te zaaien. Je kunt ze in maart al zaaien Als ze zo groot zijn als een flinke knikker, kun je ze oogsten. Ze hebben een scherpe smaak waar niet iedereen van houdt. Maar in dunne plakjes op je boterham: lekker! Een paar sprietjes bieslook erbij maakt het nog lekkerder.

 

Courgettes

De courgette is een plant die je half mei als klein plantje kunt kopen in het tuincentrum. Of je kunt ze zelf zaaien. Het worden grote planten waar eerst gele bloemen aan komen en dan groene of gele vruchten. Laat ze niet al te groot worden, klein zijn ze het lekkerst.

 

Pompoenen

Een pompoen heeft, net als courgette, goede voedselrijke grond nodig. En veel ruimte! Maar in het najaar heb je dan ook wel oogst: grote, zware vruchten, mooi voor de sier, maar ook prima voor een heerlijke soep.

 

Aardappelen

Aardappelen zijn ook leuk om te kweken. Je stopt hiervoor geen zaadjes in de grond, maar kleine pootaardappeltjes uit het tuincentrum. Heb je geen tuin, dan stop je er een paar in een heel grote bloempot. Er groeit een plant uit die aan zijn wortels weer nieuwe knolletjes maakt, die je straks, over een paar maanden, kunt oogsten.


Doperwtjes

Verse doperwten zijn leuk om zelf te kweken en veel lekkerder dan erwtjes uit blik. Er zijn klimmende erwten of rijserwten en stamerwten. De eerst hebben een stevig hekje nodig om tegenaan te groeien. Erwtjes moeten vroeg, voor mei gezaaid worden. Om te voorkomen dat vogels of muizen de zaden opgraven is het handig om binnen voor te zaaien. Dat kan al in februari. Poot de plantjes in maart uit op afstanden van 8- 10 cm. De planten gaan al snel bloeien en na de bloei groeien uit de bloemen peulen. In die peulen groeien de zaden die we erwtjes noemen. Ga niet te snel oogsten, maar laat de peulen eerst lekker dik worden, dan heb je flinke erwtjes.

 

Moestuin

  • Welke grondsoort heeft je tuin?
  • Wanneer moet je zaaien?
  • Zaaitip: De meest geschikte groenten
  • Zaaitip: De meest geschikte bloemen
  • Zaadjes bewaren

 

Dieren

  • Kikkerdril
  • Vogels in je tuin

 

Planten

  • Zaden, zaaien en ontkiemen
  • Kruid en onkruid
  • Takken en knoppen
  • Lentekleuren

 

Natuur en wereld

  • De plek van de zon

 

Zaaitip: De meest geschikte bloemen

Zonnebloemen

Natuurlijk hoort er een zonnebloem in je tuin. Er zijn allerlei verschillende: hele hoge, lage, bleekgele, donkerrode. Vooral de hoge zonnebloemen zijn gevoelig voor wind. Zoek daarvoor een beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een muur. De lagere zonnebloemen zijn geschikt voor in de vaas.
Cosmea bipinnatus ’Sensation’


De vrolijkste zomerbloemen. Zaai tegen half mei buiten, op een rijtje. Zet ze achteraan in je tuintje want ze worden hoog. Tot het gaat vriezen bloeien ze met grote witte, roze en rode bloemen.
Afrikaantjes


Afrikaantjes

hebben de bijzondere eigenschap dat hele kleine, onzichtbare wormpjes in de grond er een hekel aan hebben. Ze gaan op de loop. Zaai afrikaantjes gerust bij je aardappels in de buurt, die profiteren van de ’schoongemaakte’ grond.
Goudsbloemen 

Goudsbloemen

staan erg vrolijk in je tuin. Ze zijn helder oranje en prima om te plukken. Stop ook eens een paar oranje bloemblaadjes in de sla. Dat staat vrolijk!

 

Oost-Indische kers

De Oost-Indische kers heeft prachtige, gele, oranje of rode bloemen. En leuke ronde blaadjes. Stop wat zaadjes in april in de grond . Houd er rekening mee dat de planten groot kunnen worden. Als je ze bij een hekje zet, klimmen ze er zelfs langs omhoog. Ook de bloemen van de Oost-Indische kers zijn lekker op de sla.

 

Borage

Dit is een plant met veel blad en prachtig blauwe bloemetjes. Een makkelijke plant om te kweken, met eetbare bloemetjes. Een apart kleurtje voor op de sla of op een toetje.

 

 

Juffertje-in-het-groen

Deze bloem heeft niet alleen een prachtige naam, maar ziet er dan ook fantastisch uit. Dansende blauwe bloemetjes boven fijn groen. Je kunt de bloemetjes drogen, maar nog leuker zijn de zaaddozen die eraan komen.

 

Klaproos

Hoewel je het zou denken is de klaproos helemaal geen roos. Maar de bloem is net zo mooi. Zodra de knop zich opent is het feest! Een bloem van het prachtigste rood komt dan tevoorschijn. De klaproos is een makkelijke plant om te zaaien en doet het goed op droge arme grond. Het mooist zijn ze in een grote groep bij elkaar. Na de bloei krijg je leuke zaaddoosjes. Dek het zaad niet af, want dan ontkiemt het niet.

 

Leeuwenbek

Deze bloemen heten zo omdat elke bloem eruit ziet als…inderdaad… een leeuwenbek. Met een beetje fantasie tenminste. Leeuwebekken heb je in allerlei kleuren en je kunt er mooie boeketjes van plukken.

 

Zaadjes bewaren

In een zakje zaad zit veel te veel voor een tuintje. Je houdt dus altijd wat over. Schrijf het jaar op het zakje, vouw het goed dicht en bewaar het op een droge plek.
In het voorjaar kun je een simpel proefje doen om te zien of de zaadjes nog goed zijn.
Tel 20 zaadjes uit en stop ze in een potje of leg ze op een schoteltje met natte watten. Houd het potje of schoteltje vochtig (niet kliedernat) en wacht ongeveer 2 weken. Dan kun je tellen hoeveel zaadjes nog ontkiemen.
Kiemt meer dan de helft: prima, gewoon zaaien. Kiemt de helft: een beetje dikker zaaien. Kiemt er bijna niks: nieuwe zaadjes kopen.

 

Kikkerdril

In voorjaar hebben padden en kikkers het druk. Er moeten eitjes gelegd worden!
Kikkers leggen hun eieren in tuinvijvers en slootjes. Padden trekken elk jaar naar dezelfde plekken toe. Vaak worden ze onderweg doodgereden. Daarom worden ze op veel plaatsen geholpen met oversteken.
Zowel de klompen kikkerdril als de paddenkettingen blijven een poosje in het water. Je ziet het zwarte puntje in het midden veranderen. Het wordt een komma en opeens hangen er piepkleine kikkervisjes onder de eiklomp. Ze groeien hard en na een paar weken krijgen ze eerst voorpootjes, dan ook achterpootjes. Dan verdwijnt de staart en vertrekt het piepkleine kikkertje of padje naar het land. Daar groeit hij verder.
Voor kikkervisjes zijn verschillende bijnamen. Wat denk je van ’donderkopje’ of ’kwakbol’.
De meeste kikkers en padden overwinteren op het land, onder stenen of takken en bladeren. Sommige bruine kikkers overwinteren in de modder op de bodem van een sloot of vijver. Die vijver moet dan wel tenminste 60 cm diep zijn. Anders overleven ze het niet als het streng gaat vriezen.

 

Vogels in je tuin

Soms ben je niet zo blij met de vogels in de tuin. Bijvoorbeeld als ze net voor je neus de bessen uit je struik eten, of de erwten en andere zaadjes die je net in de grond hebt gestopt er weer uit pikken. Maar vaak valt die schade best wel mee en blijft er nog genoeg over. Ze zijn ook best gezellig, die zangertjes in de tuin. En wist je dat ze ook heel nuttig zijn? Ze eten massa’s luizen, insecten, slakken en rupsjes, allemaal beestjes die het op onze planten gemunt hebben. En zo helpen ze ons om onze tuin gezond te houden.
Hoe kan jij op je beurt de vogels helpen? Vogels houden van veel dichte struiken in de tuin, of klimplanten als klimop en klimhortensia, daarin voelen ze zich veilig. Graag hebben vogels ook een boompje als uitkijkpunt, om in te landen en om in te vluchten als er bijvoorbeeld een kat door de tuin loopt. 

Zet een waterschaal voor ze neer, zodat ze te drinken hebben. Graag gebruiken ze die ook om er lekker in te badderen.
Sommige vogels, zoals merels, bouwen graag hun nest in een struik of klimplant. Andere vogels, zoals koolmees of pimpelmees zijn holenbroeders en die kun je daarom veel plezier doen met een nestkastje. Hang het een beetje beschut op, niet in de felle middagzon, en zo dat de kat er niet bij kan. Met wat geluk zie je de jonge vogeltjes straks uitvliegen.

 

Zaden, zaaien en ontkiemen

Een zaadje is iets heel bijzonders. Het kan jaren blijven liggen zonder dat er iets gebeurt en als je het in de grond stopt gaat het opeens groeien. In een zaadje zit, piepklein, al een plantje verstopt. Ook zit er wat extra eten bij, want het kleine plantje kan pas zelf aan voedsel komen als het een worteltje en de eerste blaadjes heeft gemaakt.
Een boon bekijken
Leg maar eens een paar bruine bonen een nacht in het water. De volgende dag kun je makkelijk het bruine velletje eraf peuteren. Als je goed kijkt zie je een donker vlekje met witte stip in het velletje. Dat noemen we de navel. Hiermee zat het zaadje vast aan de peul waar het in groeide.
In die witte stip zit een piepklein gaatje, het poortje. Daardoor kan water de boon in komen. Zonder water gaat een zaadje niet groeien.
De boon valt makkelijk uit elkaar in twee helften, dat noemen we de zaadlobben. Hierin zit het reservevoedsel voor het jonge plantje. Nu wordt het echt speurwerk. Op een van de zaadlobben zie je een wittig v-vormpje, kun je dat vinden? Dat zijn de piepkleine blaadjes die al kant en klaar zijn, ze hoeven alleen maar te gaan groeien.

 

Kruid en onkruid

Wanneer is iets eigenlijk onkruid?
Als iets niet gewenst is in je tuin. Als er gras groeit tussen je worteltjes, dan vinden we dat gras onkruid. Omgekeerd, als er worteltjes groeien op je grasveld dan zijn ze .... onkruid!


Waarom niet laten staan?

De onkruidplantjes groeien vaak veel sneller dan de andere planten. Ze nemen voedsel en licht weg waardoor de andere planten niet goed kunnen groeien. In een moestuintje, tussen de groente heb je vaak veel last van onkruid. Daar is best wat tegen te doen, maar dat gaat niet vanzelf.
Let op:

  1. Zaai nooit tussen de onkruidplantjes maar maak de plek eerst goed onkruidvrij.
  2. Zaai op rijtjes en zet er stokjes bij. Zo zie je beter waar je gezaaid hebt.
  3. Probeer onkruidplanten uit je tuin te halen voordat ze zaadjes maken.

 

Onkruiden kun je verdelen in twee groepen: lastige (zaadonkruiden) en heel erg lastige (wortelonkruiden).

 

Zaadonkruiden

Lastige onkruiden maken veel zaadjes, je tuin staat er dus snel vol mee. Gelukkig zijn ze ook makkelijk weg te halen.
Voorbeelden zijn knopkruid, straatgras, perzikkruid.


Wortelonkruiden

Heel erg lastige onkruiden hebben onder de grond ‘wortelstokken’ zitten. Dat zijn eigenlijk stengels die onder de grond wortels maken. Telkens als je aan zo’n plant trekt en er een stukje afbreekt dan kan dat stukje weer door groeien.
Voorbeelden zijn: kweek, heermoes en zevenblad.

 

Takken en knoppen

Kijk jij ook altijd zo uit naar het voorjaar? In die saaie, kale takken zitten de blaadjes ook al te wachten. Snijd maar eens een dikke knop van een kastanjetak van boven naar beneden door (of laat je helpen). Eerst zie je kleverige, bruine ’knopschubben’, die beschermen de blaadjes tegen de kou. Daarna zie je, nog wittig, de piepkleine blaadjes ingepakt in witte haartjes. Ze lijken een beetje op een handje.
Als je een paar kastanjetakken in het water zet moet je even geduld hebben voordat ze uitlopen. Je ziet eerst die wittige handjes, en daarna wordt het een echt kastanjeblad.
Maar er is nog meer te zien. Kun jij een soort hoefijzervorm op de tak vinden? Daar heeft de steel van het blad vast gezeten. Ook kun je een heel ringetje van streepjes vinden, om de tak heen. Daar zaten vorig jaar de knopschubben en dit wordt ringlitteken genoemd. Het stuk tak tussen het ene en het andere ringlitteken is in één jaar tijd gegroeid.

 

Lentekleuren

Ben je ook zo blij dat het weer lente wordt? Langzamerhand komt er van alles in bloei. Het eerst komen de bolgewasjes als sneeuwklok, krokus en narcis boven de grond en ook allerlei vroeg bloeiende plantjes als het maarts viooltje, longkruid, enz. En struiken als de forsythia en de ribes bloeien ook al vroeg. Mooi, hé, al die nieuwe frisse vrolijke kleurtjes. Kijk ook eens naar het nieuwe blad aan de struiken. Meestal groen, natuurlijk, maar ook in andere kleuren: gelig groen, oranjeachtig of zelfs rood.

Doen: Maak ‘een lentepalet’
Ga buiten in de tuin eens op zoek en probeer zo veel mogelijk bladeren en bloemblaadjes in verschillende kleurtjes te verzamelen. Misschien vind je nog wel mooie takjes ook in verschillende kleuren. Leg alles bij elkaar op een schaal of maak er op een stukje karton een mooie collage van.

Let op: je hoeft niet veel te plukken: van elk soort bloempje één is genoeg.

 

De plek van de zon

Dat de aarde om de zon draait is je vast op school wel verteld. In de tuin kun je goed zien dat de zon niet op een plek blijft. Zet maar een stok in de aarde en maak elk uur een streep, daar waar de schaduw van de stok is (natuurlijk wel op een zonnige dag).
Kun je zien waar het zuiden is? Je kunt ook aangeven waar het dak van je huis op verschillende tijden schaduw geeft. Zo zie je ook waar de planten het meeste en het minste zonlicht krijgen. Daar kun je bij het inrichten van je tuin rekening mee houden.
Nog leuker is het om ook een keer in de zomer en in de winter te kijken. De zon verschilt niet alleen per dag, maar ook per seizoen.