Verberg Dit veld is verplicht in te voeren!

Dit veld is verplicht in te voeren!

Verberg Dit veld is verplicht in te voeren!

Wachtwoord vergeten? Vul hier uw e-mailadres in. Je ontvangt een link om een nieuw wachtwoord te creëren.

Error message here!

Terug naar het inlogscherm

Afsluiten
Top

Pieperstek - Herfst

Herfst

Je hebt vast al veel geoogst in de tuin, maar in de herfst houdt het nog niet op. Veel vruchten worden nu rijp, zoals appels en peren en in de moestuin de kleurige oranje pompoen.
In het park of bos vind je in deze tijd ook van alles om te oogsten, zo maar gratis en voor niets: walnoten, tamme en gewone kastanjes, eikels en beukennootjes. Sommige lekker om op te eten, maar je kunt er ook heel leuk mee knutselen. Ook de zaadjes van je bloemen zijn nu rijp en kunnen geoogst worden, om volgend jaar dan weer te kunnen zaaien. En heb je veel, dan kun je er nog van uitdelen, ook.
In de herfst zie je, vooral als het mistig is, veel spinnenwebben. En zie je de bladeren van de bomen verkleuren? Geel, oranje en rood: mooi hé! Heb je ook al paddenstoelen gezien?
In de herfst regent en stormt het vaak en uiteindelijk vallen al die blaadjes van de bomen en dekken de grond af met een keurig dekentje voor de winter. Maar voor die tijd moet je nog even je bolletjes planten. Dan begint met die eerste bolgewasjes het voorjaar al weer vroeg.

 

Oogstfeest

Pompoenen oogst je in de herfst als het steeltje er rimpelig uit gaat zien. Snijd de pompoen af maar laat een stukje steel zitten. Voorzichtig behandelen.
Je kunt ze voor de sier buiten neerleggen maar je kunt er beter soep van koken. Lekkere bewaarpompoenen zijn groene en oranje ’Hokkaido’.
Aardappels ’rooi’ je als het loof begint te verdorren. Met droog weer gaat dat het gemakkelijkst. Gebruik een riek met platte tanden en maak de aarde voorzichtig los. Graaf met je handen zoveel mogelijk aardappels op. Controleer, als je denkt dat je klaar bent, met de riek nogmaals. Vaak komen er dan nog heel wat piepertjes te voorschijn.


Sla en andijvie oogst je zodra ze mooi groot zijn. Pak de krop aan de onderkant beet en draai een paar keer. De krop komt vanzelf los. Let op, want bij warm weer kunnen ze opeens ’doorschieten’ en gaan bloeien. Ze zijn dan niet lekker meer om te eten.
Uien kun je oogsten als het loof bruin is. Trek ze uit de grond en laat ze een dag in de zon drogen. Daarna kun je bosjes knopen en ophangen of een mooie uienstreng vlechten.
Bietjes en zomerwortels oogst je als ze net zo groot zijn als in de winkel. Oogst alleen wat je nodig hebt en maak de grond weer dicht. De rest kun je dan later oogsten.

 

Recept: Pompoensoep

Nodig:

  • Ongeveer 1 kilo pompoen
  • 1 stevige prei
  • Beetje zonnebloemolie
  • Water
  • 2 bouillonblokjes
  • Eventueel kookroom of crème fraiche

Snijd de pompoen in parten, net als je bij een meloen zou doen. Haal het binnenste draderige en de pitten eruit. Dat kan met een mesje maar ook met een lepel.
Schil de pompoenparten. Gebruik een dunschillertje. Dit is een lastig klusje, vraag eventueel hulp. Snij de geschilde pompoen in blokjes, wassen, uit laten lekken. Verwarm de olie in de pan en doe de pompoen erbij. Pas op, dat spettert!
Goed roeren en 5 minuten laten bakken. Gewassen en gesneden prei erbij doen. Water en bouillonblokjes erbij zodat alles net onder water staat. 20 minuten laten koken en dan fijnstampen met een pureestamper of staafmixer.
Tot slot een beetje room toevoegen en smullen maar!

 

Spinnen!

Bang voor spinnen? Dan heb je pech. In tuinen wonen heel veel spinnen. Ze vangen heel veel vliegen, muggen en andere kriebelbeestjes. Fijn dus, al die spinnen.
Vooral de herfst is echte spinnentijd. Prachtig, zo’n web. Daarin zie je veel kruisspinnen, die hebben een kruis op hun rug. Verschillende spinnensoorten maken ook verschillende webben, die van een hangmatspin lijkt sprekend op...een hangmat.
Niet elke spin maakt een web, er zijn ook spinnen die goed kunnen springen en zo hun prooi vangen. 

Er zijn zelfs spinnen die op de loer liggen in een bloem.
Spinnen maken eikapsels, vaak in kieren, of in het raamkozijn. Zo’n kapsel ziet eruit als een propje watten. In het volgende voorjaar kruipen er een heleboel piepkleine spinnetjes uit.

 

Zaden op reis

Uit een zaadje kan een nieuwe plant groeien. Dat zaadje moet dan wel een gunstige plek vinden om te kunnen groeien, liefst ver bij de moederplant vandaan.
Zaden hebben allerlei trucs om zich te verspreiden:

  • Waterplanten, bijvoorbeeld gele lis, hebben vaak zaden met een ’zwemvestje’ van kurk of lucht. Zo blijven ze drijven tot ze op een mooi plekje terecht komen.
  • Anderen nemen het ’vliegtuig’. Bijvoorbeeld paardebloempluisjes die door de lucht zweven. Esdoornzaadjes worden ook wel helikoptertjes genoemd.
  • Klittenband bestaat ook in de plantenwereld. Kleefkruid, hondstong en klis hebben zaden met kleine weerhaakjes. Daarmee houden ze zich vast in een dierenvacht of aan mensenkleren. Na een poosje krabben de dieren het zaad los en is het op een andere plek gekomen.
  • Vogels kunnen zaden over grote afstanden meenemen. Ze eten bessen, slikken de zaden door en vliegen een eind. Heel ergens anders poepen ze de zaden weer uit.
  • Over veel kleinere afstanden verslepen mieren zaden. Sommige zaden hebben een lekker aanhangseltje, ’mierenbroodje’ genoemd. De mieren verslepen de zaden naar hun nest, eten het mierenbroodje op en het zaad kan gewoon gaan groeien.
  • Sommige planten zijn echte doe-het-zelvers. Ze kunnen zelf hun zaden een eind weg laten springen zoals springbalsemien en brem.

 

Zaden en vruchten

In de herfst barst het overal van de zaden en vruchten. De vrucht is de verpakking van het zaad.
Probeer maar eens verschillende vruchten te vinden. Wat is de vrucht en wat het zaad?
Voorbeelden:

  • Vrucht
  • Zaad
  • Appel
  • Pitjes
  • Bolster
  • Kastanje
  • Pruim
  • Pit
  • Peul
  • Boon
  • Tomaat
  • Pitjes

Zelf zaden oogsten

Allerlei bloemen, in het wild en in je tuin, maken zaad. Leuk om te verzamelen voor volgend jaar of als wintervoer voor de vogels.
Het zaad is meestal goed als het makkelijk los laat. Uitgebloeide bloemstengels kun je op een krant leggen. Het zaad valt er vanzelf uit. Laat het goed drogen en berg het droog op in een envelop of plastic zakje. Vergeet niet om de naam erbij te schrijven.
Geschikte bloemen om zaad van te oogsten zijn goudsbloem, afrikaantje, viooltje, koekoeksbloem, klaproos, zonnebloem.


Bij zonnebloemen kun je de steel afknippen en de bloem op z’n kop laten drogen. Vaak gaat de onderkant dan toch schimmelen. Je kunt ook de zaden los peuteren en laten drogen. Mezen zijn dol op zonnebloemzaden, lekker voor in de winter.

 

Knutselen met zaden en vruchten
Eikelmannetjes

Valt het je ook op dat er heel veel verschillende zaadjes zijn? Leuk om iets moois van te maken. Heel geschikt zijn eikels, beukennoten en kastanjes. Met een spijker prik je gaatjes in een kastanje waar je lucifers als armen en benen in stopt, een eikel als hoofd en klaar is je poppetje.
Mozaïek
Als je veel verschillende zaden hebt verzameld kun je een mooi mozaïek maken. Een stevig vel karton smeer je in met lijm. Dan versier je het met zoveel mogelijk verschillende zaden en laat je het goed drogen.

 

Spelen met herfstbladeren

In de herfst maken bomen en planten zich klaar voor de lange winter. De meeste planten halen het voedsel terug uit hun bladeren en stoppen het in hun wortels. In de winter, als het vriest, kan de plant geen water opzuigen. De bladeren hebben dan geen functie meer en zitten alleen maar in de weg. De boom laat ze vallen.

 

Herfstkleuren

In de herfst kun je je verbazen over de kleurenpracht. Herfstbladeren verkleuren geel, oranje, rood of bruin. Die kleuren zaten al in het blad maar worden zichtbaar doordat het bladgroen, dat het plantenvoedsel maakt, uit het blad verdwijnt.
Speelbladeren
Met herfstbladeren kun je van alles doen:

  • Drogen bijvoorbeeld, in een dik telefoonboek.
  • Als je ze onder een dik vel tekenpapier legt en er dan met waskrijt overheen gaat krijg je mooie afdrukken.
  • Smeer bladeren in met verf, leg ze met de verf naar boven op een schone krant en leg er een vel tekenpapier op. Voorzichtig maar stevig wrijven en je hebt een afdruk gemaakt.
  • Je kunt ook onder één boom bladeren zoeken die allemaal net even verschillende kleuren hebben en daar ’domino’ mee spelen. Dat doe je door telkens twee bladeren tegen elkaar te leggen die precies dezelfde kleur hebben. Aan de andere kant heeft het blad een iets andere kleur. Zoek daar ook weer een blad bij enzovoorts. Wie komt het verst?

 

Bollen planten

Bollen planten is een leuk najaarswerkje, want je bent alweer met het voorjaar bezig. Veel bolgewassen hebben een poosje kou nodig om te kunnen groeien. Vandaar dat je ze voor de winter plant. Eind oktober, november is een goede tijd. Plant je ze te vroeg dan heb je kans dat ze te vroeg uitlopen.
Bollen planten
Kies een plek waar je de bollen goed kunt zien als ze bloeien. Houd rekening met de hoogte. Je kunt bollen keurig op rijtjes planten. Het ziet er natuurlijker uit als je de bolletjes voorzichtig uitstrooit en dan plant. De Engelsen noemen dat een ‘cloud pattern’, een wolkenpatroon.
Het spitse puntje van de bol heet het neusje, zet ze in de grond met de neusjes omhoog. Op de verpakking van de bollen lees je hoe diep ze geplant moeten worden. Een bol zit propvol reservevoedsel. 

Ook zit er al een kant en klaar plantje in. Dankzij het voedsel kan het plantje al vroeg in het voorjaar bloeien.
Bollen en knollen
Behalve bollen zijn er ook knollen. Die zitten ook vol reservevoedsel maar zitten toch anders in elkaar. Snijd maar eens een ui en een aardappel doormidden. Bij een ui (bol) zie je allemaal laagjes, de rokken. Een aardappel (knol) is van binnen massief maar aan de buitenkant zitten allemaal knopjes, ‘ogen’ genoemd.
Leuke bollen en knollen zijn:

  • Sneeuwklokjes*
  • Krokus*
  • Oosterse sterhyacint*
  • Vingerhelmbloem*
  • Wilde hyacint*
  • Blauwe druifjes*
  • Vogelmelk*
  • Reuzen-sieruien
  • Tulp