Verberg Dit veld is verplicht in te voeren!

Dit veld is verplicht in te voeren!

Verberg Dit veld is verplicht in te voeren!

Wachtwoord vergeten? Vul hier uw e-mailadres in. Je ontvangt een link om een nieuw wachtwoord te creëren.

Error message here!

Terug naar het inlogscherm

Afsluiten
Top

Natuur & milieu

Natuurlijke elementen in de bebouwde omgeving zijn essentieel om de leefbaarheid te behouden of te vergroten. Via gericht en aangepast beheer en onderhoud van het tuinenpark worden de natuurlijke potenties aangesproken en kunnen ten volle benut worden. Het tuinenpark kan daarmee een wezenlijke natuurfunctie vervullen als onderdeel van de plaatselijke ecologische infrastructuur. Natuurlijk medegebruik leidt tot versteviging van de positie van het tuinenpark.

Daarnaast bieden natuurlijke elementen een uitgelezen mogelijkheid om voor omwonenden en wijkbewoners een natuur-educatieve rol van betekenis te gaan spelen Dat kinderen, maar ook volwassenen, de gelegenheid hebben om bij hun in de buurt kennis te maken en te nemen van de levende natuur. Met eigen ogen dieren zien. Dieren die gehouden worden, maar ook dieren die in het 'wild' leven. Deze kennis en kennismakingen vergroten de betrokkenheid met de natuur en daarmee de zorg voor de natuur.

Meer over natuurlijk tuinieren vind je onder het kopje "natuurlijk tuinieren". Hier gaan we kort in op het medegebruik van tuinenparken op het gebied van natuur en mileu.

Schoolbiologie

De relatie tussen kinderen en het platteland is in de loop der jaren kleiner geworden.
Er zijn kinderen die nauwelijks nog verband leggen tussen grond en product, die niet als vanzelfsprekend weten dat boontjes in de tuin groeien en niet in de fabriek worden gemaakt. Die niet weten dat de slabladeren in de voorverpakte mix die in de schappen van de supermarkt ligt, van slakroppen komen. Die eigenlijk nog nooit hebben opgemerkt dat binnen een paar maand uit een zaadje een bloeiende bloem tot ontwikkeling komt.
De tuinen in het tuinenpark kunnen als onderwerp van aanschouwelijk onderwijs voor klassen van de basisschool dienen. Onder leiding van de leerkracht wordt bijvoorbeeld Iedere maand of vier maal per jaar (ieder seizoen) een klasse-excursie naar het park georganiseerd, met als onderwerpen bijvoorbeeld groente herkennen, bodemdiertjes, maar waarin voornamelijk centraal staat het proces van groeien en ontwikkeling in de levende natuur. Hobbytuinders kunnen klaar staan voor antwoorden op vragen van kinderen. In het verenigingsgebouw of in een kas kan naderhand een practicum gehouden worden, waar de kinderen een eerste kennismaking krijgen met bijvoorbeeld zaaien, stekken en voorkweken. Een glas limonade en een seizoenstraktatie van de tuin completeren de excursie.

Voorbeeld

Groen klaslokaal

In de “groene Klaslokalen” in Duitsland – hier in Makranstädt – krijgen de kinderen serieuze lessen over natuur en tuin

Schooltuinen

School- of schoolwerktuinen zijn doorgaans bestemd voor kinderen uit de hoogste klassen van het basisonderwijs en zijn bedoeld om hen op een speelse manier kennis te laten maken met de natuur. Ze hebben daarmee een educatief karakter. Centraal staat het praktisch bezig zijn: het zelf ervaren en ontdekken. Zo wordt al in een vroeg stadium de basis gelegd voor zorg voor de omgeving. Via schooltuinen wordt niet alleen de belangstelling voor de natuur vergroot, maar vooral ook de directe betrokkenheid, als de kinderen enkele uren per week daadwerkelijk bezig zijn met de tuin, met het gebruik van het gereedschap en met zaaien, planten, oogsten en onderhoud.
De opbrengst krijgen de kinderen mee naar huis. Een kas, waar voorzaai of voorkweken kan geschieden, is eigenlijk onontbeerlijk. Gezien de geringe afmetingen van een schooltuintje vereist inpassing van een schooltuinenproject op het tuinenpark geen groot oppervlaktebeslag.
De ruimte van enkele vrijgekomen tuinen of een overhoek is vaak al voldoende.

Voorbeeld

Schooltuinen in Naarden

Schooltuinen op het tuinenpark van de tuinvereniging Naarden

Beroepsonderwijs

De mogelijkheden die een tuinenpark biedt voor het onderwijs hoeven zich natuurlijk niet te beperken tot de basisschool Als onderdeel van lesprogramma 's kunnen studenten van in de nabijheid gelegen tuinbouwscholen ingezet worden om gedeelten van het tuinenpark indien gewenst te herinrichten of om bepaalde voorzieningen aan te leggen, zoals een helofytenfilter of een singel dan wel om bijvoorbeeld thematuinen aan te leggen. 

Dierenweide

Een dierenweide biedt de mogelijkheid tot vrijetijdsbesteding waarin het dier centraal staat. Ze zijn er op gericht alle bevolkingsgroepen te betrekken bij de verzorging en het beheer van de aanwezige dieren en brengen de bezoekers niet alleen in contact met dieren, maar ook met natuur en milieu en met elkaar.
Een dierenweide en een tuinenpark zijn samen eigenlijk de belichaming van het gesloten kringloopstelsel. De mest van de dieren op de kinderboerderij wordt op de tuinen aangewend en het surplus van de opbrengst van de tuinen gaat als voedsel naar de dieren.

Voorbeeld

Dierenweide  

Dit voorbeeld van een dierenweide is gelegen in het Utrechtse Tuinenpark Ons Buiten.

Het verenigingsgebouw als natuurcentrum

Het tuinenpark leent zich natuurlijk prima voor natuurrondleidingen en cursussen, die door ofwel de tuinvereniging ofwel door natuur- en milieuorganisaties georganiseerd en uitgevoerd worden.

Cursus

Plaatselijke afdelingen van natuur- en milieuorganisaties beschikken lang niet altijd over een verenigingslocatie voor vergaderingen, cursussen en lezingen.
Het verenigingsgebouw van de tuinvereniging kan vanzelfsprekend voor dergelijke bijeen­ komsten beschikbaar wordt gesteld. 

Thematuinen

Thematuinen kunnen opgenomen worden als onderdeel van een natuurleerpad, maar vormen ook als ze gewoon op zich zelf staan, een waardevolle educatieve waarde In zijn algemeenheid geeft dier­ vriendelijke beplanting het tuinenpark een grote attractieve én educatieve impuls, vanwege de vele dieren die daardoor aangetrokken worden en daarom te zien en te horen zijn.

Een vogeltuin kent een gevarieerd assortiment voedselplanten en beplanting om in te schuilen en nestelen. Belangrijk is de aanplant van inheemse besdragende heesters met dicht struikgewas als meidoorn, vlier en lijsterbes. Variatie in het aanbod is erg belangrijk, omdat iedere vogelsoort zijn specifieke wensen heeft. 

Door een vlindertuin of -hoek in te richten, worden vlinders aangetrokken. In een vlindertuin staan verschillende soorten nectarplanten, die van de vroege lente tot laat in de herfst bloeien en daarmee voedsel voor de vlinders leveren. Vroege bloeiers zijn bijvoorbeeld wilg, ribes en longkruid. Late bloeiers zijn herfstaster en hemelsleutel. De vlinderstruik en vinger­ hoedskruid bloeien in de zomer. Waardplanten zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van vlinders, omdat hiervan de rupsen eten. Waardplanten zijn look zonder look, klimop, vuilboom, brand­ netel en pinksterbloem.

Een vlindertuin zal ook hommels en bijen trekken, maar dat doet een bijentuin vanzelfsprekend nog meer. Hier kan ook in samenwerking met bijenhouders ter plaatse voorlichting gegeven worden.

De heemtuin kent over het algemeen verschillende milieutypen, zoals bijvoorbeeld een schrale zandbodem, een moerasgebiedje en een bosje. Hierin staan allerlei inheemse begroeiingen, die zich daar of spontaan gevestigd hebben of er geplant zijn. Een belangrijk doel van de heemtuin is het behoud van plantensoorten. Een goed idee is om een gedeelte te reserveren als plukweide. Bezoekers mogen daar vrijelijk een bloempje voor thuis meenemen. Op de plukweide bloeien narcissen, tulpen en krokussen in het voorjaar en in de zomer klaproos, margriet, kamille, judaspenning, smeer­ wortel, teunisbloem en andere toortsen. Een ander idee is om een snoephoek in te richten. Bezoekers mogen dan, vast en zeker tot veler verbazing, zomaar vruchten uit de natuur plukken en opeten
In de snoephoek staan bramen, frambozen, aardbeien, rode bessen en zwarte bessen, bosbessen en kruisbessen.

Nog andere ideeën zijn een spannend beestjesbos, waarin het accent ligt op het ontdekken van allerhande -nuttige­ insecten en het bos voor kleine zoogdieren. 

Een variant op de plukweide is de kruidentuin, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen keukenkruiden en tussen geneeskrachtige kruiden. Deze laatste groep heeft in feite alleen een voorlichtingsdoel. De geneeskrachtige kruiden kunnen beter niet geplukt worden, omdat dit een groot risico van verkeerde zelf­ medicatie voor de mensen met zich meebrengt.

De keukenkruiden kunnen bijvoorbeeld gerangschikt geplant worden per menu: soep, vlees, vis, saus etc. Zowel wilde planten als cultivars kunnen er voor in aanmerking komen. Eventueel mag in de kruidentuin niet vrijelijk geplukt worden, maar alleen door mensen die er een soort abonnement op hebben. Men betaalt bijvoorbeeld een tien per jaar en heeft dan het recht om een keer per week te komen plukken.

Natuurleerpad

Als natuur- en milieuvriendelijke elementen en voorzieningen opgenomen worden in een route over het tuinenpark, ontstaat daarmee een natuurleerpad dat een enorme recreatieve- en educatieve uitstraling heeft.

Vereiste is dat de route met enige creativiteit uitgezet wordt, zodanig dat de bezoekers zoveel mogelijk het idee hebben een wandeling of bij voorkeur een ontdekkingstocht over het tuinenpark te maken. Dit veronderstelt dat men zo min mogelijk twee maal langs dezelfde plaats wordt geleid.

Langs het natuurleerpad hoeven natuurlijk niet per definitie alleen de natuurlijke elementen aangeduid en verklaard te worden. Op ieder tuinenpark staan planten en bomen die niet in de gemiddelde voor­ en achtertuin voorkomen. Een apeboom misschien. Of een hibiscus, of een kerstroos. Maar ook 'alledaagse' bomen en planten kunnen heel goed met een informatiebordje aangeduid worden. Op zo'n bordje bij een boom staan dan bijvoorbeeld feitelijkheden beschreven als herkomst, hoogte, bloeiperiode en vruchten (en welke dieren ze eten), maar ook een beschrijving van de bladeren en de herfstkleur, zodat mensen ze wellicht op andere plaatsen ook gaan herkennen. Nogmaals, dat hoeven geen bijzondere bomen te zijn, maar juist veel voorkomende, als esdoorns, wilgen, eiken, sparren en dennen. Een natuurleerpad moet als een rode draad door het park lopen en langs de thematuinen en natuurlijke elementen en voorzieningen voeren, zoals een:

Stapelmuurtje
Een stapelmuurtje bestaat uit bijvoorbeeld afgebikte stenen, brokken puin, natuurkeien en dakpannen die los gestapeld zijn. Amfibieën als sommige bruine kikkers, padden en salamanders over­ winteren tussen het steen. Een stapel­ muurtje kan gebruikt worden als afscheiding en begroeid worden met allerlei (muur)planten die in Nederland een kwijnend bestaan lijden. Voeg wat compost aan de specie toe als u niet wilt stapelen maar metselen. Spleten en kieren in een muurtje zijn ook een ideale overwinteringsplaats voor insecten als de bedreigde solitaire bijen.

stapelmuur

 

Broeihoop
De ringslang, een ongevaarlijke slang die in en bij sloten en moerassen in het westen van het land leeft, overwintert in broeihopen, die bestaan uit maaisel van de slootkant, blad, takjes, en planten­ resten.

Voorbeeld

Broeihoop_Stadion

Een broeihoop voor ringslangen op tuinenpark Stadion in Utrecht.

Takkenwal
Een takkenwal, gemaakt van voornamelijk snoeihout, is een voorziening die aan een groot aantal dieren schuil- en nestelgelegenheid biedt. Denk aan kleine zoog­ dieren als wezels en egels die zich daarin voor gevaar schuil kunnen houden, maar ook aan allerlei soorten vogels, die daar rust vinden. De winterkoning broedt zelfs in takkenwallen. Een takkenwal moet gestut worden door stevige staanders aan weerszijden.

Nest- en observatiekasten

Een educatieveldje met kunstmatige nest­ gelegenheden voor allerlei dieren is een schot In de roos. Het brengt mens en het dier in de natuur nader tot elkaar. In een stil hoekje is misschien plaats voor een egelwinterkast. Andere voorbeelden zijn een "wormenhotel", een observatienest­ kastje voor wilde bijen, diverse vogel­ kastjes en een hommelobservatiekast.

Milieu

Omdat tuinenparken doorgaans niet of over slechts enkele nutsvoorzieningen beschikken zijn verenigingen en tuinders vaak vernieuwend in het gebruik van alternatieven. Denk hierbij aan het gebruik van zonnepanelen, composttoiletten, composteren van tuinafval, vegetatiedaken en hergebruik van materialen. Bij de foto's hieronder geven wij een aantal voorbeelden op tuinenparken.

 

Hieronder ziet u nog een aantal opmerkelijke initiatieven. Klik op de foto voor een toelichting.